zondag 8 maart 2026

Feestje

Mijn oudste broer en zijn vriendin vierden onlangs hun beider verjaardag. Geen speeches, geen sketches, geen dia's, gewoon een paar uurtjes samenzijn met mensen die ons dierbaar zijn, schreven ze. Omdat zo'n groot gezelschap van familie en vrienden niet past in mijn broers Ansterdamse bovenwoning en ook de ruimte in het dijkhuisje van vriendin P niet toereikend was, besloten ze een oud kerkje af te huren in Noordeinde, een lintdorp op het Schermereiland in Noord-Holland. Vroeger een godshuis van de doopsgezinde gemeente, nu een locatie voor feesten en partijen.

Het Schermereiland is een voormalig eiland tussen de polders Schermer en Beemster. Het was niet altijd een eiland en het bleef niet altijd een eiland. Door de ontginning van veen in de middeleeuwen daalde de grond en ontstond er een meer. Het Schermereiland kwam als hoger gelegen gebiedje midden in het Schermeer te liggen. In 1635 werd dit veenmeer drooggemalen en dat werd de polder de Schermer. De eerste bewoners leefden van landbouw en van walvis- en haringvisserij. 

Tot zover het internet. Het boeit u misschien allemaal niet, maar mij wel. Want al kom ik uit een mooiere, groenere streek en word ik als ik door Noord-Holland rijd altijd licht bevangen door het unheimische gevoel van troosteloosheid dat dit eindeloze, vlakke en kale polderland oproept, de historische kenmerken zijn in het noorden veel beter bewaard gebleven. Je rijdt door piepkleine dorpjes, met van die typische noord-hollandse stolpboerderijen, over witte, houten bruggetjes, langs molens en heel veel hervormde of doopsgezinde kerkjes. Als je je ogen half dichtknijpt zie je de vissers in hun boten vechten tegen de elementen, eensgezind de gure noordzeestorm trotserend, en later de boeren, die voor dag en dauw opstonden om zwoegend het onwillige Hollandse land te bewerken, hun norse gezichten gelooid door de natte polderwind.

Ach, noem me een romanticus, maar ik zie dit letterlijk allemaal in luttele seconden aan me voorbijtrekken, terwijl mijn jongste broer zijn Tesla door het vlakke land manoeuvreert en mijn middelste broer naast me winden laat. Als we een paar uur later terugrijden, na een feest vol eten en muziek en na een vreugdevol weerzien van mensen die ik in geen jaren had gezien, voel ik me een stuk beter dan die ochtend. 
"Dat was een hoop familie", zegt de windenlatende broer naast me, voordat hij dommelend wegzakt in een roes van alcohol en walnotentaart.

zaterdag 21 februari 2026

Eclectisch

Dit ben ik. Mocht je me niet direct herkennen. Met bril, kreeg ik als toelichting, en ze wees erbij. Ze wees ook naar mijn Breitner ("ze slaapt") en naar Le Chat Noir ("hij kijkt boos"), dat niet, zoals velen denken, is geschilderd door Henri de Toulouse-Lautrec, maar door de heer Theophile Steinlen, maar dat wist ik ook pas na mijn 40e. Ik had het meest stuitende naakt nog weggehaald voor ze kwamen, niet uit hypocrisie (want nee het strookt niet met een islamitische levensvisie, maar ik hang die tenslotte niet aan), maar om de moeder eventuele toekomstige vragen van haar kroost te besparen. De soort van pornografische Schiele liet ik hangen, voor ongetrainde ogen was dit een te rommelige en abstracte weergave van wat zij niet zouden herkennen als een wellustige vrouw.

Mijn huis is een warboel van verschillende stijlen (je zou het in het beste geval eclectisch kunnen noemen), maar in deze tijden van Ikea en Leen Bakker (en niet te vergeten VTWonen: weer verliefd op je huis) en van allemaal aan de metalen deur en de industriële keuken, vinden opvallend veel mensen mijn huis 'gezellig'. Het is vintage, kringloop, brocante, antiquair, erfgoed en jeugdherinneringen, met een vleugje Amazon. En de huizen van mijn broers zijn precies eender!

Hetgeen op zijn minst wonderlijk te noemen is, want ons ouderlijk huis was niets van dat al. Gezellig, dat wel, maar geen brocante en niet eclectisch. Ik herinner het me als een jaren 70 hol met overal boeken, de jeneverfles op tafel (samen met het eeuwige schaaltje pindarotsjes) en natuurlijk met een ribfluwelen bank en oranje gordijnen. En maar één televisie, dus als er wat te zien viel (Dallas, Dynasty, Top-Pop en Hamelen voor de boys), dan zaten we allemaal op de bank, met koffie of limonade en een kano. Op woensdag aten we patat en op zondag rosbief. Naar de kerk gingen we niet, hooguit op Kerst 'voor de sfeer', verkeringen mochten gewoon blijven slapen, we leerden al vroeg drinken en discussieerden regelmatig met hoogrode wangen over geloof, seks en de uitspraak van catalogus, of die nou Grieks was of Latijns.

Als je terugkijkt op het enigszins turbulente (lees: liederlijke) leven dat daarna volgde, ben ik nog redelijk fatsoenlijk opgedroogd, ondanks of wellicht dankzij mijn vrije opvoeding, wie zal het zeggen. Weliswaar pas na scheiding nummer drie, ik geef het toe, maar het resultaat mag er zijn. Ik draag sjaaltjes, heb een Britse waxjas, haal blote juffrouwen van de muur voor mijn bezoek, en ik woon eclectisch.



woensdag 18 februari 2026

Vasten

"Thee?", vroeg ik. Maar mama mocht geen thee en ook geen cakeje, want vandaag was de Ramadan van start gegaan, zei ze. Beide kinderen zijn nog klein dus die wisten wel raad met de schaal zoetigheden. Maar of ik samosa's lustte? "Zonder vlees", zei ze erachteraan, want ze weet dat ik vegetariër ben. Ik mocht elke avond aanschuiven bij de Iftar, maar ik mocht ze ook mee naar huis nemen als ik dat fijner vond. "Ook voor je kinderen", zei ze, natuurlijk. Nou weet ik op mijn beurt weer dat al die lekkere hapjes van de islamitische avondmaaltijd in deze periode in de olie worden klaargemaakt, of, zoals mama het illustreerde: sssjjj, sssjjj, want het woord gefrituurd kent ze nog niet, dus ik hield me een beetje op de vlakte en zei iets van heerlijk en mmmm, maar ook dieet en zou wel willen maar is niet goed voor me. Inmiddels hadden de kinderen zich op de speelgoedkist gestort, maar niet nadat ze de kat de stuipen op het lijf hadden gejaagd met hun kinderlijke en vooral volhardende aanhankelijkheid ("een poes, een poes!"). Hij verdween schielijk en ik dacht dat hij naar boven was gegaan maar na hun vertrek zat hij er ineens weer, midden in de kamer, alsof hij nooit was weggeweest. Terwijl de kinderen een alternatieve variant van Memory speelden (wel twee plaatjes bij elkaar zoeken maar gewoon met de beeltenis naar boven), praatten wij samen over de ex-mannen, want echt, dat is een universeel onderwerp, of ze nu uit Nederland, Jamaica of Eritrea komen. Schoften zijn het, wat ik u zeg. Maar ook over haar zwemles en mijn zumba. Haar oorontsteking en mijn vermoeidheid. Haar moederschap van nu en het mijne van toen. Want ik was vergeten hoe slopend die jaren waren. Dat je nauwelijks een gesprek kon voeren met je vriendinnen, dat je minstens 4 wijdopen ogen moest hebben. En niet te vergeten, afwasbare meubels. Dus toen ze met zijn drieën weer op en in de bakfiets kropen, trok ik me terug in mijn eigen Archie Bunker hoekje op de bank, samen met de kat. "Het is vandaag Aswoensdag", zei ik tegen mijn eigen nakomeling, die even later stinkend naar paard naast me plaatsnam. "Het vasten is begonnen."
"Wat eten we eigenlijk", vroeg ze.

zaterdag 31 januari 2026

Nieuwe gympen

Ik zoek al enige tijd naar de perfecte sneaker voor mijn Zumbalessen. De zool moet soepel zijn, de bovenzijde stevig en er moet een pivot point onder de zool zitten zodat je makkelijk kunt draaien. Er bestaan speciale Zumba schoenen, maar die hebben een gesplitste zool en zijn aartslelijk, dus die wil ik niet, het moet leuk blijven. Nou draag ik altijd Adid*s schoenen, omdat die mij goed zitten en ook omdat ik ze mooi vind. Ik heb wel eens gezocht naar een alternatief, hoofdzakelijk omdat er aan dit merk net als bij Chan*l een fout randje kleeft, de originele ontwerpers waren beiden behoorlijk fout in de oorlog, maar waar houdt principe op (en telt dat nog?) en begint egoïstische ijdelheid, zegt u het maar. Hetzelfde geldt overigens voor mijn vegetarische leefstijl: ik wil graag vegan zijn, vegetarisme is een soort zwaktebod tenslotte, maar het lukt me niet, ik moet yoghurt, ik moet kaas. Ik moest dus Adid*s, maar nergens vond ik de schoen die me en geschikt leek en mooi was. Nou weet meneer A. Ritme wel raad met mijn diep weggestopte verlangens. Als ik er niet op bedacht was, bijvoorbeeld tijdens het kijken naar TikTok filmpjes van operazangers ('wie zong dit het beste' en dan zegt iedereen Callas! of Pavarotti!, de mens is zo voorspelbaar), kreeg ik reclames van sneakers (wij zeiden nog gympen vroeger) voorgeschoteld, de een nog mooier en dus duurder dan de ander. Ik trapte erin en klikte een lichtblauwe schoen van Ralph Lauren aan. Ver buiten mijn budget, maar beeldig, beeldig, oh zo beeldig. Nee, riep ik 's morgens nog ferm. Nee, riep ik 's middags al wat zachter. Die avond had ik een feestje. Ik vertelde iemand over de schoen en de kracht van marketing en herhaling. O zoet verlangen. O mooie overbodige gymp! Ik lachte om mezelf en zei vol bravoure dat ik er niet in ging trappen, echt niet, nooit niet. 

Die nacht lag ik in bed nog even te scrollen. Ik had geheel tegen mijn huidige gewoonte in, twee wijntjes gedronken. Ach, u voelt 'm al aankomen. De gympen arriveerden dinsdag.

Ze zijn mooi. En ze passen goed. Fijn voetbed. Voldoende ruimte voor mijn wijdgespreide miniteentjes en de licht doorgezakte voorvoet. Genoeg steun aan de wreef en ze hebben een wat wonderlijk maar stevig profiel op de zool. 

Daarnaast zijn ze volstrekt ongeschikt voor de Zumba. En ze zijn koud, ik weet niet waarom. "Hoe vind je mijn nieuwe gympen?", vraag ik een week later aan dochter M. "Tuttig", zegt ze.


zaterdag 10 januari 2026

Bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen

Soms google ik mezelf. Niet uit ijdelheid, maar juist omdat ik liever niet te googelen ben, hoe tegenstrijdig dit ook klinkt, omdat schrijvers liefst gelezen worden, ook zondagsschrijvers als ik. Maar, zoals ik laatst al even aankaartte, ik heb soms cliënten die niet altijd even goed de werk-Jet en de privé-Jet uit elkaar kunnen houden, of eigenlijk: niet wíllen houden. Ze verzamelen op obsessieve wijze munitie, slaan die op in hun bovenkamer, en spelen die uit wanneer nodig. Geen leuke mensen, nee, en het zorgt ervoor dat ik me niet langer frank en vrij voel om te schrijven wat ik wil.

Maar wat wil nou het geval, elke keer als ik mezelf google, verschijnt er een foto van een meisje met precies dezelfde naam als ik. Maar dit meisje is dood. Al heel lang. Ze werd op 15 november 1908 geboren in Tilburg en stierf op 29 augustus 1931, ze werd slechts 22 jaren oud. Ze wilde graag goed doen in de luttele jaren die haar gegeven werden, lees ik op haar bidprentje, ze gaf zichzelf aan anderen in opofferende liefde totdat haar krachten haar verlieten. Ze had een vlekkeloze en blijmoedige ziel, zeggen haar ouders en de broers en zusters die achterbleven. Het is een mooie eulogie en ik geloof het direct, op het fotootje zie ik een lief en sereen gezichtje.

Vorige week zocht ik op marktplaats naar een oude kaptafel, eentje uit de jaren 30 of 40, liefst nog eerder. Het is een speld in een hooiberg, ja, en alleen nog verkrijgbaar in Frankrijk, maar dat is zo lastig ophalen en verzenden doen ze niet. Om de rommel uit China te ontlopen zocht ik op vintage en dit stuurde mij naar allerhande rariteiten, waaronder, u raadt het al, het bewuste bidprentje. Het werd aangeboden door ene Jet uit 's Hertogenbosch. Ineens wist ik dat dit geen toeval kon zijn, ik moest dit bidprentje hebben, het had zo moeten zijn, het was het lot (en niet mijn algoritme), wellicht was ik haar reïncarnatie, wellicht was ik de herkansing van deze te vroeg overleden Jetty, maar dan zonder voornoemde kwaliteiten.


De koop was snel gesloten. Brabantse Jet stuurde het prentje naar bovenmoerdijkse Jet  en nu staat het op mijn bureau en weet ik niet goed wat ik ermee moet aanvangen.

"God roept mij, Hij weet het best wat ons tot heil verstrekt; met de H. Teresia hoop ik van uit den hemel rozen te werpen in uw rozengaard", zegt mijn naamgenoot. "Dierbare broers en zusjes, vaartwel, omringt vader en moeder steeds met de liefde van een kind. Bidt voor mij."