Het moge duidelijk zijn in welke categorie ik val. Meestal, tenminste. Grappen en grollen alom. De broer gaat vaak de analytische kant op, maar ook hij blijft in zijn hoofd zitten, wat er werkelijk in hem omgaat blijft een stil en duister geheim. Je raakt hoe dan ook lezers kwijt, zegt hij, als je de grenzen opzoekt of zelfs overschrijdt. Ik weet niet eens wie mijn lezers zijn, bedenk ik me. Het is een abstract gegeven, een anoniem publiek in het donker.
"Je ziet niemand", had dezelfde broer gezegd toen ik voor het eerst in een operette stond. Hij timmerde al jaren aan de weg en kon het weten. Maar toen ik bibberend van de zenuwen (verkleed als zigeunerin met een zwarte pruik) het podium betrad, zag ik ze meteen zitten: mijn ouders, pontificaal vooraan, glimmend van trots.
Nu ben ik me slechts bewust van het aantal lezers dat reageert. De vrienden, familie, een enkele collega. De rest blijft ongezien. Ooit kreeg ik een boze reactie van mijn tuinman. Hij reageerde op een blog waarin hij een bijrol had. Ik had een grap gemaakt die hij persoonlijk opvatte en hij was niet blij. Terecht, dat voorop, maar ik was vooral verbaasd en lichtelijk in shock, wie las er nog meer mee behalve een handvol vrienden? "Dûh", zei dochter S. "Het internet, hè mam, het internet is een oneindig grote poel des verderfs (maar dan in minder poëtische bewoordingen)", en ze trok de 'boomerkaart' maar weer eens.
Als ik met pensioen ben, dan!, verzucht ik vaak. Dan ga ik echt schrijven, dan word ik een heuse grotemensenschrijver! Dan vertel ik alles, tot aan de meest schokkende details toe. Ze zullen ervan lusten! Klanten, collega's, familie, exen! Ik zal geen vriend meer overhouden. Mijn broers zullen mij excommuniceren, mijn exen zullen mij niet langer jaarlijks mailen met een verjaarsfelicitatie, ik mag niet meer met mijn kinderen mee op vakantie (ook niet als ik betaal) en ik ben niet langer welkom in hun tuinhuisje als ik oud ben en de dagen moe.
Tot die tijd houd ik het maar op verhalen over mijn dagelijkse lief en leed. Onschuldige blogjes vol Tinderavonturen (nooit meer!), loodgieters, sportschoolontmoetingen, medisch leed en kattenliefde. Had ik al verteld dat ik zondag op het centraal station van Amsterdam van de trap ben gevallen (gekenkerd, zegt mijn dochter)? Nee? Die houdt u dan nog tegoed. Het was pijnlijk, maar hilarisch. 'Life is funny, even when it's sad', hoorde ik onlangs een acteur zeggen en ik besloot ter plekke dat dit mijn grafschrift moet worden.




