zaterdag 13 december 2025

Angst

Mijn zoon belt me altijd even als hij boodschappen heeft gedaan. Het is dan al donker en hij zit op zijn achter de supermarkt  geparkeerde motor, het tasje met eieren, hamburgers, broodjes en vogelvoer voorop de tank. Hij wil dan altijd graag even praten, het waarom van tijdstip en plaats is mij nooit helemaal duidelijk geworden, maar het heeft iets te maken met drukte en mensen. Het zijn geen diepgaande gesprekken, het gaat over zijn dag, hoe laat hij opstond, waarover hij droomde, dat hij weer in zijn wang heeft gebeten. Als hij dan zijn ongenoegen heeft uitgesproken over alle bejaarden op de weg en de stelling heeft gedeponeerd dat mensen na hun 45e niet meer mogen stemmen, neemt hij afscheid omdat zijn vogels anders de tent afbreken thuis. Dit keer liep het anders. De kerstdrukte werd aangehaald, net als de afsluiting van de oude weg naar de kringloopwinkel, de verbouwing van de sportschool en hun nieuwe, oerdomme lockersysteem. En al die tijd brandden zijn lampen.

Ik hijs me uit de bank. Het gaat niet van harte, want het is een lange week geweest met veel ontevreden, boze, verwarde en zieke cliënten die gezamenlijk onbedoeld een zware, grijze sluier over de werkweek hebben gelegd. En ik zat net. Kerstboomlichtjes aan, de kat op schoot en de afstandbediening paraat.
Buiten kijk ik met het licht van mijn telefoon of de startkabels nog in de achterbak liggen. Maar ze zijn er nog, keurig onder de EHBO-kit, de fleecedeken en de noodvoorraad appelsappakjes voor als S een hypo krijgt. Ik neem me nog steeds halfslachtig voor om ook een vluchtrugzak in de auto te leggen. Die ligt er bij ons standaard in, had een Oekraiense moeder een tijd terug nog tegen me gezegd. "Maar wat stop je daar dan in", had ik -angsthaas pur sang- gevraagd. "Nou, gewoon, truien", had ze gezegd, "ondergoed, jassen, opladers, een toilettas, mueslirepen, van die dingen". Geen gek idee, huiverde ik in gedachten. Want als het de bedoeling is van de overheid om ons angst aan te jagen, dan is dat in mijn geval dubbel en dwars gelukt. Zelfs op de kantoor-wc hangt een poster met alarmerende aansporingen om vooral een noodpakket in huis te halen. Overstromingen, hybride oorlogsvoering, een overbelast stroomnetwerk, hackers, drones... en uiteindelijk de Russische tanks, het komt.
Ik heb het me altijd afgevraagd, waarom vluchtten de joden in de jaren 30 naar Nederland, naar Frankrijk, waarom niet meteen naar de VS? Waren het de angsthazen zoals ik die het doemscenario op tijd zagen aankomen of was het puur een kwestie van geld, connecties en papieren? Morgen, denk ik ook nu weer. Na de kapper.

Van een afstand zie ik hem al staan, op de inmiddels uitgestorven parkeerplaats. Ik zet mijn auto met de neus naar hem toe. Open de motorkap. Hij bevestigt de kabels. Zijn motor slaat aan. We bergen alles op, achterbak dicht, motorkap dicht, ik start mijn auto, hij wil wegrijden, maar dan slaat zijn motor weer af.
Hij wordt niet boos, zoals vroeger. "Oh", zegt hij. We herhalen het ritueel. Dit keer wacht ik tot hij wegrijdt. "Ik ben zo moe", zegt hij nog. Ik rijd achter hem aan naar zijn huis om er zeker van te zijn dat hij zonder problemen thuiskomt. "Bedankt"  roept hij. Een zwaai en weg is hij. Als ik terugrijd door de sfeervol verlichte decemberstraten, lopen onverwachts de tranen over mijn wangen. Of het de angst is, de liefde of gewoon oververmoeidheid, ik weet het niet. Thuis kan ik nog net zien hoe het tweede team van 2 voor 12 er helemaal niks van terechtbrengt en toch het woord raadt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten