woensdag 29 december 2021

Stof

Geef mensen een rel, een roddel of een andere variant van ramptoerisme zoals ziekte en dood en je hebt lezers. Op de dagen 243 tot en met 252 van mijn coronadagboek werd ik het meest gelezen. Dat zie je terug in de blogspotstatistieken en wij schrijvers, of dat nu amateur Jet is of prijzenwinnaar Arnon, zijn daar obsessief op gefocust. Op die dagen was mijn dochter S ziek. Erg ziek. Het was een mysterieuze ziekte en het woord corona hing onuitgesproken maar als een constante dreiging in de lucht. Zou ze 't hebben, en zo niet dan misschien toch? Ze had het niet, maar ik had alle 10 dagen een enorme lezerspiek, met als absolute uitschieter de dag met de foto van het infuus op de 1e hulp, het was een populariteit die ik erna nooit meer zou bereiken en waardoor ik even in al mijn provinciale ijdelheid hoopte dat hij mij ernstig verlate, maar grote roem zou brengen.

Gisteren had ik een nieuw piekje. Zo'n klein rood pennestreepje, als een plotseling coronabesmettingsgolfje in Ruinen, Drenthe. Geen ziekte dit keer, maar een relletje. Ik had een collega beledigd, al was dat geenszins de bedoeling geweest, en dat viel niet goed. Logisch, als ik aangesproken zou worden in iemands amateurblog, zou ik ook als door een wesp gestoken overeind schieten. Maar ook weer niet zo logisch, want het ging niet over de lieve collega. Het was een dieperliggend leed dat een uitweg zocht via een kleinschalig 'J'accuse', mijn eigen mini aanklacht tegen het systeem. Wat het losmaakte stond die avond om middernacht 4 mm nat in mijn bh en allerlei emoties vochten om voorrang. Boosheid, gekrenkte trots, spijt, maar vooral lafheid. Haast om uit te leggen. Toe te lichten. Ofwel, Het Grote Terugkrabbelen.

'Wees een Grunberg', zei mijn vriendin toen ik klaagde over mijn gebrek aan ballen. 'Makkelijk praten, met zijn tonnen op de bank in zijn New Yorkse penthouse', zei ik, maar ook toen hij nog een klein bergje was en armoe zaaide was hij al unapologetically himself, was haar bestraffende antwoord. Ik kon dat niet eens uitspreken, niet in één keer althans (net als politicologie), dus ik heb nog een lange weg te gaan.

Waarom zijn we zo bang om het achterste van onze tong te laten zien? Waarom durven we de waarheid niet bloot te leggen, hoe subjectief ook. Wat valt er te verliezen? Wat zou er gebeuren als je plots je echte gedachten zou uitspreken? Behalve het verliezen van al je vrienden, je familie en je baan? Nou? Want het was natuurlijk een gemiste kans, dat kerstpakket, en de schuld daarvan lag uiteraard niet bij die collega, dat was duidelijk. Dacht ik.

Terwijl veel mensen thuis zaten, werkte mijn dochter 2 jaar lang onvermoeibaar door in haar zorgbaan. In de meest idiote diensten om het magere salaris op te krikken. De beschermingsmaterialen kwamen pas na een half jaar en dat ze nu pas corona heeft gekregen is alleen maar mazzel te noemen. Er was een enorm personeelsverloop en nieuwe arbeidskrachten waren bijna niet te krijgen. Er werden ZZP-ers ingezet die het dubbele kostten, maar met Kerst kreeg ze een bon waarmee ze kon kiezen tussen een pannenset en een rijstkoker. Misschien had ik dat verhaal moeten nemen. Verder van huis, want gij zult de hand die u voedt niet bijten. Een goed verstaander had dan vast begrepen dat er bij ons ook veel te veel mensen weggaan en dat het niet alleen gaat om mensen werven maar ook om ze te behouden. En die taak ligt niet bij de lieve collega maar bij diegenen die ons salaris betalen.

Eerder die week had ik een psycholoog in ruste horen zeggen dat je nooit mag pleasen, dat dit slecht was voor je. Ik had er iets van gezegd. Want als iedereen stopt met pleasen en alleen nog maar de ijskoude en egoïstische waarheid zou vertellen, zonder stil te staan bij wat een ander denkt en voelt, dan wordt het natuurlijk één grote anarchie in de wereld. Dat je wenst dat een ander je aardig vindt is heel normaal. Dus je omkleedt je kritiek met fluweel en algemeenheden. Opdat er niemand gekwetst raakt. Daarom zijn stukkies van schrijvers leuk zolang ze over die ander gaan, zolang ze scherp en satirisch en kritisch en onthullend en hilarisch zijn en toch ook weer herkenbaar, maar over die ander gaan. Daarom ook werden mijn Tinderverslagen leuk gevonden. Ik zette die kerels flink te kijk, zonder mezelf te sparen overigens. Het was herkenbaar en grappig. Maar ik zit nu zonder mannelijke vrienden, niemand met een piemel vindt mij nog aardig, alleen diegenen die geen Facebook hebben of niet kunnen lezen of juist alleen maar echte boeken lezen. Hoe langer ik blog, hoe meer vijanden ik maak. Blijven over de wanhopigen, de cynischen, de onverschilligen, de schakers, de sporters, de katten en de priesters en dominees.

Daar doe je het dan maar mee, zei weer een andere vriendin. Dan begraven we je verhalen in de grond en dan zal je 20 jaar na je dood alsnog eeuwige roem vergaren. Als de vrouw zonder vrienden met piemel, zonder lieve collega's en zonder werk. De eenzame vrouw, die zo grappig en scherpzinnig was, maar verguisd door ieder die zij liefhad. En nu dus dood. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten