1. Inleiding
Onze wijk staat in de steigers. De 72 woningen van ons blok worden klimaatbestendig gemaakt. Daar ging heel wat heisa aan vooraf, want er moest een stemming komen. Als het aantal ja-stemmers niet boven de 70% uitkwam, ging de grap niet door. Veel bewoners zagen het niet zitten. En van ons rijtje waren er maar twee mensen die graag van het gas af wilden, de buurvrouw van de hoek en ik. Wij worden nu met de nek aangekeken, want de 70% is maar nipt gehaald en de andere buren zijn boos. Ze willen geen sedum (mos)dak, geen warmtepomp, geen triple glas en geen inductie, maar vooral geen gedoe en geen manvolk over de vloer. Het heeft zulke extreme vormen aangenomen dat sommige buren die arme bouwvakkers hun werk niet laten uitvoeren. Het is lastig ja, want aannemers nemen aan dat jij gewoon maar elke dag thuis kan blijven als ze binnen aan de slag moeten. Lastig ook dat er 3 maanden lang geen parkeerplaatsen voorhanden zijn, zelfs niet op je eigen oprit want ook de carport is eraf en alles ligt op de stoep. Maar ik snap werkelijk niet hoe je je onvrede kunt uiten tegen de mensen die zo'n opdracht uitvoeren. Dat is als kwaad worden op de caissière van de Albert Heijn omdat het systeem plat ligt. Zoveel domheid, je went er nooit aan. Ik (die hippie van nummer 19) maak er maar het beste van, ik pak de fiets als het kan en de auto als het moet en fiets vrolijk en klimaatbestendig het volgende jaar in. Mowgli heb ik in ieder geval aan mijn zijde. Hij trof vanochtend een open slaapkamerraam aan en vond het kattenpaadje eronder een geweldig idee. "Was Mowgli niet binnen", appt S even later. "Ik zie m buiten lopen, zonder zijn tracker om!"
2. Baarden

De parkeerstrook voor ons huis, plus het gras erachter, ligt vol met bouwmateriaal, er staan met sloten beveiligde ijzeren kooien vol met ruiten en en ander kwetsbaar materiaal en in de straat is het overdag een drukte van belang, met vrachtwagens, bestelbusjes en hoogwerkers die de rijbaan blokkeren en stoere mannen met lange baarden, van mediterraans zwart tot Vikingrood, die af en aan lopen en elkaar toeschreeuwen in het Pools, Turks of Utrèchs.
Ik, van oorsprong immers een Amsterdams stadskind en opgegroeid met de constant aanwezige geluiden van tram, bus en ambulances, ik vind het wel gezellig. Als ik de deur uit stap, staat er altijd wel een gespierde gezelligerd met bierbuik voor mijn huis die me vrolijk groet. Niet zoals vroeger, hissend en sissend (dat waren nog eens tijden), maar met de gemoedelijkheid van iemand die tevreden is met zijn leven, het harde werken overdag, zijn voetbal met biertje in de avond. Of gewoon omdat een Hollands tientje in zijn thuisland de waarde heeft van zo'n 30 euro.
Ik ben vastbesloten deze verbouwingsmaanden te doorstaan als een beschaafd en welwillend mens, maar je auto niet voor de deur kwijt kunnen, dat is me toch iets te stads. Dit ongemak noopt tot parkeren met beleid. De hoogste trefkans heb je tussen 4 en 5 in de middag. Dan zijn de auto's met de witte nummerborden naar huis en staan de omwonenden nog in de file. Heb je eenmaal een plek veroverd, dan is het zaak er zo lang mogelijk te blijven staan. Ik heb in jaren niet zoveel gefietst.
Dit keer had ik echt de auto nodig. Ik trok mijn jas aan, opende de voordeur, en liep bukkend onder de steigers door. Links en rechts glimlachend knikkend liep ik de straat uit. Omdat er zoveel onwil in de straat heerst, heb ik als ja-stemmer kennelijk het idiote idee ontwikkeld dat ik met mijn gedrag dat van de anderen moet compenseren. Vrolijk sloeg ik de hoek om, maar daar zag ik dat mijn veel te lang niet gewassen Franse autootje was ingesloten door een grote, witte bestelbus.
"Oh" zei ik dommig. Ik kon er niet uit, alweer zo'n stadsig probleem, wat nu. Ik keek om me heen. Bij een bouwkeet stond een man in een oranje jas. Zwarte baard, ogen als kolen. "Hoi", zei ik. "Weet jij van wie die bus is? Ik kan er niet uit." Hij wist het niet. "Is hij wel van ons", vroeg hij. "Dat is wel het soort afdekplastic dat bij mij binnen is gelegd", zei ik slim en wees naar het logo op de bus. De man riep naar twee collega's die op het dak bezig waren. Of zij het wisten. "Wat?", riepen ze. Maar ook zij wisten het niet. "Ik vraag het even hierachter", zei de baard, en hij liep naar het hofje achter onze straat. Maar ook daar wisten ze het niet. "Sja", zei ik. "Dan wacht ik maar even". Ik appte mijn afspraak, deed er een fotootje bij als bewijs. Op dat moment kwam er een man uit nummer 10 lopen, gehaast. "Sorry, sorry", riep hij. "Ik kwam even thuis wat gereedschap halen en dacht, die blauwe auto wordt nooit verplaatst, dus het kan wel even". Ik zei dat ik het niet erg vond en dacht, ik woon hier al 9 jaar, waarom ken ik jou helemaal niet?
Toen ik na mijn afspraak terugkeerde, het was inmiddels na vieren, was de plek wonder boven wonder nog vrij. Ik zette de auto weer op zijn plaats en liep terug mijn straat in. Bij de keet stond dit keer een man met een kaal hoofd vol sproeten en een lange, vuurrode baard. Hij was iets aan het freezen. "Tis weekend", riep ik jolig, "Ga naar huis!" "Wat?", riep hij. "Ga naar huis", herhaalde ik. Eenmaal binnen realiseerde ik me dat die laatste zin zonder de eerste helemaal niet zo aardig klonk als ik had bedoeld. Gelukkig had ik erbij gelachen. Als een blij ei. Want ik had ja gestemd, dus dat moest.
PS: ik weet niet wat freezen is, maar het leek me een bij de situatie passend woord.
3. Weekendstilte (voor de storm)
In het weekend keert de rust terug in mijn straat. Af en toe komt er een auto langs of laat iemand zijn hond uit, meer niet. Ik zit aan tafel met mijn espresso en mijn eiwitshake, mijn vaste start van de dag. De lucht is grijs, het is zo'n saaie, doodse herfstdag tussen storm en regen in. Aan de overkant zie ik de proefwoning liggen met het weelderige onkruiddak, iets wat zoveel weerstand opriep in de wijk, dat de plannen op het laatste moment zijn veranderd en we een sedumdak krijgen. Wat precies het verschil is weet ik niet, ik laat me maar verrassen. Vanmiddag ga ik sporten en daarna bowlen met de familie, morgen wordt Kimi wereldkampioen. Maandag belooft het een drukke dag te worden. Ze gaan de oude schoorsteen slopen en ik krijg een gat in mijn dak. Dit wordt 's avonds afgedekt, is toegezegd. Mijn enige zorg is de kat.
4. De mannen van de BAM
Ik lag vanochtend nog in een zware, diepe slaap (het was immers pas 7 uur), toen ik ruw wakker werd geschreeuwd door S. "Er wordt gebeld, hóóóór je dat niet!" Nee, dat had ik niet gehoord en het kwam ook niet helemaal binnen, want ik wilde slaapdronken naar beneden hobbelen in mijn nachthemd, maar werd tegengehouden door het kind. "Niet zó, mam! Het zijn de mannen van de BAM." Exemplaar 1 kwam de cv ketel loskoppelen. Een knappe man, lichtblauwe ogen, hartstikke jong nog en waarschijnlijk al vanaf 4 uur op. Niks gen-z. "Geen warm water?", vroeg ik verbijsterd. Dat had niet in de dagplanning gestaan, anders had ik eerst wel even gedoucht. Ik haatte hem direct, maar riep vrolijk "Tuurlijk, doe maar". Gelukkig had ik mezelf in deze lange, hete zomer getraind om koud af te douchen, zodat het niet helemaal rauw op mijn dak viel. Hollandse soberheid. "En heel gezond", zei de cv-man. "Je bent meteen wakker!" (Intense haat.) Even later stond hij weer voor de deur, dit keer met een man die een schut kwam plaatsen voor de bla, bla, bla, dat is wat ik hoorde. "Tuurlijk, doe maar", riep ik weer. Na man nummer 3, een groezelig type met een ongewassen knot en een dikke buik in een bh-loos shirt, was kat M een psychose nabij. "Blijf jij maar binnen", zei ik, en stopte hem in mijn werkkamer, de enige kamer met een kinderslot.
De rest van de dag had ik mannen over de vloer, de mannen van de BAM. Het werd een ongepland lesje in nietsdoen, wat mij altijd ongelofelijk veel moeite kost. Van nature ben ik lui maar ook behept met een bizar sterk gevoel van plicht- en dwangmatigheid: ik moet op maandag sporten, ik moet yoghurt eten en geen kaneelbroodjes, ik moet mijn stappen zetten, ik moet... ik moet vanalles, zomaar niksdoen voelt raar, al is het nu wel een uitkomst omdat ik een akelige sportblessure heb opgelopen ergens in de diepere krochten van mijn oudedamesheup. Rust zal u goed doen, spreekt mijn bewaarengel. Ze bellen wel aan als ze weer iets van je moeten, zegt mijn buurvrouw.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten