Dit ben ik. Mocht je me niet direct herkennen. Met bril, kreeg ik als toelichting, en ze wees erbij. Ze wees ook naar mijn Breitner ("ze slaapt") en naar Le Chat Noir ("hij kijkt boos"), dat niet, zoals velen denken, is geschilderd door Henri de Toulouse-Lautrec, maar door de heer Theophile Steinlen, maar dat wist ik ook pas na mijn 40e. Ik had het meest stuitende naakt nog weggehaald voor ze kwamen, niet uit hypocrisie (want nee het strookt niet met een islamitische levensvisie, maar ik hang die tenslotte niet aan), maar om de moeder eventuele toekomstige vragen van haar kroost te besparen. De soort van pornografische Schiele liet ik hangen, voor ongetrainde ogen was dit een te rommelige en abstracte weergave van wat zij niet zouden herkennen als een wellustige vrouw.Mijn huis is een warboel van verschillende stijlen (je zou het in het beste geval eclectisch kunnen noemen), maar in deze tijden van Ikea en Leen Bakker (en niet te vergeten VTWonen: weer verliefd op je huis) en van allemaal aan de metalen deur en de industriële keuken, vinden opvallend veel mensen mijn huis 'gezellig'. Het is vintage, kringloop, brocante, antiquair, erfgoed en jeugdherinneringen, met een vleugje Amazon. En de huizen van mijn broers zijn precies eender!
Hetgeen op zijn minst wonderlijk te noemen is, want ons ouderlijk huis was niets van dat al. Gezellig, dat wel, maar geen brocante en niet eclectisch. Ik herinner het me als een jaren 70 hol met overal boeken, de jeneverfles op tafel (samen met het eeuwige schaaltje pindarotsjes) en natuurlijk met een ribfluwelen bank en oranje gordijnen. En maar één televisie, dus als er wat te zien viel (Dallas, Dynasty, Top-Pop en Hamelen voor de boys), dan zaten we allemaal op de bank, met koffie of limonade en een kano. Op woensdag aten we patat en op zondag rosbief. Naar de kerk gingen we niet, hooguit op Kerst 'voor de sfeer', verkeringen mochten gewoon blijven slapen, we leerden al vroeg drinken en discussieerden regelmatig met hoogrode wangen over geloof, seks en de uitspraak van catalogus, of die nou Grieks was of Latijns.
Als je terugkijkt op het enigszins turbulente (lees: liederlijke) leven dat daarna volgde, ben ik nog redelijk fatsoenlijk opgedroogd, ondanks of wellicht dankzij mijn vrije opvoeding, wie zal het zeggen. Weliswaar pas na scheiding nummer drie, ik geef het toe, maar het resultaat mag er zijn. Ik draag sjaaltjes, heb een Britse waxjas, haal blote juffrouwen van de muur voor mijn bezoek, en ik woon eclectisch.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten